Geschiedenis Kennel von Haus Paris


Mijn kennel is ingeschreven in het register van Kennelnamen onder No. 37322 Raad van Beheer op kynologisch Gebied in Nederland en de betekenis van mijn kennis is:

Op zoek naar Schoonheid

verwijzend naar de Griekse mythologie, het verhaal van Prins PARIS, die van de godin Venus de mooiste vrouw op aarde mag uitzoeken.

Het houden en fokken van Duitse Herders is een passie, waarbij het welzijn van de hond, een goede dagelijkse verzorging, hygiëne, goede gezondheid, goed eten, beweging en ontspanning, bovenaan staat. Mijn uitgangspunten zijn:

* fokken is een hobby, passie, iets unieks willen neerzetten

* fokken volgens de regels van de rasvereniging (Keurfok)

* fokken volgens de regels van de Raad van Beheer

* sturen op gezondheid (denk hierbij aan HD - ED - DNA)

* sturen op karakter (sociaal, moedig en werklust)

* goede hygiënische situatie voor moederhond en pup

* goed en vrijblijvend informeren van geïnteresseerde

* nieuwe eigenaar enthousiasmeren voor VDH lidmaatschap

* voor de nieuwe eigenaar van een pup, staat de deur altijd open voor advies en begeleiding.


De Duitse herdershonden stammen af van de bronshond, waarvan men aanneemt dat het de eerste echte schapenhoeder van Europa was.Plaatselijk variëteiten van de herdershond kwamen ondertussen in alle mogelijke haartypen en kleuren voor. Aan het einde van de negentiende eeuw begon men, op basis van drie oude herdershondenrassen, op zeer bewuste en bekwame wijze te fokken. Hierdoor ontstond zo langzamerhand de moderne herdershond. De eerste geregistreerde Duitse Herder werd in 1895 geregistreerd, (SZ1): de reu Horand von Grafrath (zie onder). De Duitse Herdershond kan worden beschouwd als de gebruikshond onder de gebruikshonden en hij krijgt overal ter wereld veel belangstelling van hondenkenners. Het is hoogstwaarschijnlijk het meest geregistreerde hondenras ter wereld, en hij wordt veel gebruikt als diensthond op verschillende gebieden.

LichaamDe Duitse Herdershond is een lichtgestrekte hond. De borstkas dient diep te zijn en lang, met veel ruimte, de buiklijn iets opgetrokken. De rug en de lendenen dienen recht te zijn en matig af te lopen van de schoft naar de achterhand. De hond moet zowel voor als achter zeer goed gehoekt en goed gespierd zijn.
HoofdKrachtig zonder grof te zijn, de neusrug loopt bijna evenwijdig aan de bovenbelijning van de schedel.
OgenAmandelvormig en iets schuin geplaatst, zo donker mogelijk en met een levendige uitdrukking.
OrenMiddelmatiggroot, breed aan de basis, hoog aangezet, rechtopstaand en naar voren gericht.
GebitSchaargebit
HalsSterk en gespierd, de hoek ten opzichte van de romp (een horizontale lijn) bedraagt ongeveer 45%.
VoetenKort, rond en compact, met goed gewelfde en dikke voetzolen. De voormidden voeten dienen elastisch te zijn, zonder week te worden.
StaartMoet reiken tot het spronggewricht, wordt sabelvormig gedragen en nooit boven de ruglijn.
GangwerkDe Duitse Herder is een dravende hond, wat door de goede hoekingen en de lichtgestrekte lichaamsbouw mogelijk wordt gemaakt.                               De draf moet vrij zijn, wijd uitgrijpend, krachtig en met grote stuwkracht.
VachtDicht, hard, recht, vlak aanliggend en met onderhaar.
KleurZwart of grijs, eenkleurig of met een grijze, grijsgele of roodbruine tint
ShofthoogteReuen: schofthoogte 60 tot 65 cm. gewicht 30 tot 40 kg. Teven: schofthoogte 55 tot 60 cm. gewicht 22 tot 32 kg